Politiek

Armste wijken amper vertegenwoordigd in Gentse gemeenteraad

Uit welke buurten komen de Gentse gemeenteraadsleden? Het antwoord op die vraag is minstens merkwaardig te noemen: maar liefst 94% van de raadsleden woont in een welgestelde wijk. De minder gegoede buurten worden daarentegen amper of zelfs niet vertegenwoordigd. Nochtans blijft de armoede in de stad jaar na jaar stijgen. Worden de stemmen van de onbemiddelde Gentenaars wel voldoende gehoord? “We slaan nog steeds de bal volledig mis,” stelt N-VA-politica Isabelle De Clercq.

Op de kaart verdelen we de wijken in Gent naargelang inkomen in verschillende kleuren: licht- of donkergroen, oranje en rood. Tes Azuu baseerde zich daarvoor op de cijfers van de Buurtmonitor. Ligt het jaarlijks netto-inkomen onder de 18.000 euro? Dan kleurt de buurt rood. Tussen de 18.000 en 22.000 euro per jaar is de wijk oranje. Lichtgroen voor de meer gegoede buurten (22.000 tot 24.000 euro) de de rijkste wijken (> 24.000 euro) zijn donkergroen. De woonplaatsen van de raadsleden zijn weergegeven als punten in de partijkleur.

Het valt op dat de rode wijken leeg blijven. Die vaststelling roept bij ons meteen een paar vragen op: waarom zijn de minder gegoede buurten minder of zelfs niet vertegenwoordigd? Zou meer spreiding toch niet beter zijn? En vooral: hoe wordt de stem van die wijken in de gemeenteraad gehoord?

Vinger aan de pols

Johan Deckmijn (Vlaams belang) heeft snel een antwoord klaar: “Blijkbaar wensen de meeste raadsleden niet te wonen in een wijk waar ze de samenlevingsconflicten aan den lijve ondervinden.” Toch is die minimale spreiding volgens hem niet noodzakelijk een probleem: “Het Vlaams Belang is regelmatig actief in die buurten. We worden daar vaak door de bewoners aangesproken en kaarten die problemen aan bij het bestuur.”

Guy Reynebeau (sp.a) relativeert: “Ik woon in Gentbrugge, maar ben ook voorzitter van onze afdeling in de Brugse Poort. Er zijn heel wat raadsleden die ook buiten hun eigen woonomgeving actief zijn. Al siert het u wel dat u aandacht vraagt voor de kansarme wijken.”

“Het is inderdaad jammer dat de vertegenwoordiging in de kansarme wijken beperkt is,” bevestigt Paul Goossens (CD&V), “Hoe dat komt? Ik heb daar geen sluitend antwoord op. Waarschijnlijk stellen minder mensen zich kandidaat in die buurten. Het zijn trouwens niet alleen minder gegoede buurten, ook Zwijnaarde heeft geen vertegenwoordiging in de gemeenteraad. Heel wat raadsleden proberen er in ieder geval de vinger aan de pols te houden en werpen zichzelf op als stem van die niet-vertegenwoordigde groep.”

Voeling

“Het lijkt mij wel beter dat raadsleden uit verschillende wijken komen, maar de spreiding vandaag lijkt mij louter toevallig,” reageert Schepen van Onderwijs, Opvoeding en Jeugd Elke Decruynaere (Groen). “Omdat er veel raadsleden in Drongen wonen, spreken we al eens lachend over de ‘Drongense connectie’. Belangrijk is wel dat we met initiatieven als ‘Wijk van de Maand’ in elke buurt komen. En via mijn bevoegdheid schenk ik ook heel wat aandacht aan de scholen en crèches in die wijken.”

Christophe Peeters, schepen voor Financiën, Feesten, Middenstand en Innovatie (Open VLD), vertelt: “Het is inderdaad zo dat bepaalde buurten oververtegenwoordigd zijn en anderen minder of helemaal niet. Politieke partijen doen nochtans hun best om spreiding in hun lijst te krijgen, maar de voorkeursstemmen zijn wat ze zijn. We stellen bij onze partijwerking ook vast dat er niet in elke buurt even actieve afdelingen of militanten zijn.”

“Op zich is dat geen probleem. Gent is niet dermate groot dat de voeling met andere wijken verloren gaat. Ons college is trouwens vaak aanwezig bij allerhande activiteiten in verschillende buurten. Tweemaal per jaar zetten we ook een traject per wijk op. De voorbije jaren was dat ‘Wijk van de Maand’. In elke buurt is er trouwens ook een wijkregisseur aanwezig die dagelijks in contact staat met de bewoners en de verenigingen. We hebben dus wel degelijk voeling met wat er overal gebeurt en spelen daar ook op in,” aldus Peeters.

Alle Gentenaars

Siegfried Bracke (N-VA) heeft een simpele verklaring voor onze waarneming: “De kiezer heeft het in 2012 zo beslist. Het is trouwens te eenvoudig om te stellen dat je de problematiek alleen maar kan kennen als je in die wijk woont. Om het met een metafoor uit te drukken: weinig mensen hebben koeien, maar zeer velen weten wat melk is.”

Mieke Bouve (sp.a) sluit zich daarbij aan: “Zelf woon ik in het Elisabeth-Begijnhof, wat zeker geen achtergestelde buurt is. Toch is die wijk ook de doorsteek naar de Brugse Poort. Op wandelafstand van mijn eigen woning zit ik in een andere wereld, sfeer en visie. Volgens mijn mening moeten raadsleden boven sociale actoren staan en zich op alle terreinen begeven. Als socialiste doe ik in ieder geval mijn best om voor de rechten van alle Gentenaars op te komen.”

Fractieleider Bram van Braeckevelt (Groen) is toch wat kritischer: “Mogen we je vragen lezen als een aansporing om de armoedeproblematiek nog meer bovenaan de agenda te krijgen? Heel graag, want ondanks alle inspanningen blijft de armoede in Gent toenemen. Belangrijk is wel dat armoede ook beïnvloed wordt door bovenlokale factoren en daar heeft het gemeentebestuur weinig impact op. Groen verwacht wel van haar raadsleden dat ze een globale visie op de stad hebben en werken aan de armoedeproblematiek hangt daaraan vast. Het staat niets voor niets bovenaan het bestuursakkoord. Mocht de stem van de arme Gentenaren niet gehoord worden, is dat inderdaad een erg groot probleem. Maar met Groen trachten we daar wel degelijk iets aan te doen.”

Niet haalbaar

Isabelle de Clercq is het echter niet helemaal eens met haar collega’s. De N-VA-politica zit al meer dan twintig jaar in de gemeenteraad en zegt dat iedereen er vooral opkomt voor zijn of haar eigen buurt. Dat is ook begrijpelijk want je kent je eigen buurt immers het best. Een agendapunt uit Drongen, waar zeven raadsleden wonen, komt doorgaans langer aan bod dan een probleem uit de niet-vertegenwoordigde Bloemekenswijk. “Hoe graag we het zouden willen, het is niet haalbaar om als gemeenteraadslid alle wijken te vertegenwoordigen. Elk raadslid heeft een kleine 5000 Gentenaars onder zijn of haar vleugels. Dat is enorm in vergelijking met een gemeente als Zomergem bijvoorbeeld, waar dat aantal tien keer lager ligt. De problematiek per wijk is trouwens ook heel erg verschillend.”

Volgens haar is die minimale spreiding wel een probleem: “Armere mensen hebben doorgaans al een zwakkere stem. Er zijn minder gegoede wijken die al twee legislaturen niet meer vertegenwoordigd zijn. Nochtans is het belangrijk om net met die buurten te blijven communiceren, want de armoede in de stad blijft onherroepelijk stijgen. En dat ondanks de miljoenen euro’s die we al investeerden. Initiatieven als ‘Wijk van de Maand’ zijn nodig, maar volstaan niet om de problemen in kaart te brengen. Op die manier bereiken we namelijk niet het juiste publiek. Zij die zich niet in politiek interesseren, horen we daar niet. Op dat vlak slaan we de bal nog steeds volledig mis, anders zou de armoede in Gent wel dalen.”

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *